Zolang je mij
ontroeren doet
raken kan
zodat ik huiveren moet
huilen en beven
schaterlachen
of vervuld met
verontwaardiging
verleen je mij
soms even
een gunst
Zolang je mij
ontroeren doet
raken kan
zodat ik huiveren moet
huilen en beven
schaterlachen
of vervuld met
verontwaardiging
verleen je mij
soms even
een gunst
In je spreken over God
ligt de vergissing al opgesloten
bij het mysterie van de Ene
past ook het kwetsbare zwijgen
de stille witregel
die open ruimte
niet overwoekerd door het onkruid
van zelfverzekerde begrippen
maar de leegte waar je God
God kan laten zijn
Stilstaande pilaren eeuwigheid
niet te meten door beweging
is niets anders dan tijdloosheid
duren kan alleen iets wat nu is
alleen het moment gaat voorbij
daar besef ik dat toekomst
zich niet afspeelt in tijd
maar in verwachting
dat verleden tijd
zich afspeelt in herinnering
in het colosseum van
de wereldgeschiedenis
weet ik me toeschouwer
slaaf en gladiator tegelijk
en ik stil de tijd
De spaarzaamheid kwam
de zorgeloosheid tegen
zou je niet sparen
voor later je jaagt er
alles doorheen
waarom sprak hij
dan zijn er altijd
mensen zoals jij
dat doet me verdriet
sprak spaarzaamheid
alleen er zijn ook
veel egoïsten zoals gij
die helpen niet
de zorgeloosheid zei
ach spaarzaamheid
het is goed bedoeld
hoor beste man
maar goede raad
wie eet daar van
Begin bij jezelf
oefening in aandacht
voor je lijfelijkheid
voelen en luisteren
naar het orgaan
dat je huid heet
zo wordt je redder
van het leven
dan kan je de ander
ook leven geven en
helemaal aan de lijve
ontmoeten
Je vroeg om een oordeel
dat heb ik je gegeven
in alle eerlijkheid
mijn hart open gedaan
in weten vertrouwen
het kan de vriendschap aan
alles mag worden gezegd
omdat we elkaar verstaan
het doet me nu pijn
dat ik veroordeeld wordt
omdat ik oordeelde
met liefde en fatsoen
jou veroordelen
zou ik nooit doen
ik blijf er voor je zijn
Dat is waar jij aan lijdt
pastoor en herder
man van vertrouwen
je weigert een mis te doen
na een euthanasie
die keuze voor sterven
als er geen tijd
en keuze meer is
alleen pijn
toch fijn je bent wel bij
je principes gebleven want
het is God die beslist
“gij zult niet doden”
maar weet je wat hier
werkelijk aan jou
wordt gevraagd
en geboden
wat je hebt gedaan om hem
in leven te houden
Toen wist hij nog niet
dat zijn vondst op het wad
een enorme invloed op
het eiland had
hopend op een schat
opende hij een
aangespoeld vat
rode bessen rolde
over de natte grond
hij voelde zich wat verloren
ging terug naar huis
van alles op het strand
maar hij had niets
en wat hij vond
leek waardeloos
de bessen op het duin
wachtte nog een poos
maar verspreidde zich en
over heel Terschelling
kon je zien
dat met die jutter
daar op het Wad iets van
het cranberrie
tijdperk
was geboren
Ik zing een liefdesmelodie
maar er is geen adres
hoor in mijn eigen stem
woorden die vals klinken
op een kromme notenbalk
jouw eenzame tranen glinsteren
met de hardheid van diamanten
nog te ruw om mooi te zijn
er moet geslepen worden
gepolijst gepoetst
nooit meer zul je één kant zien
maar je geheimen
voor altijd prijsgeven
door te leren leven
in veelkleurige schittering
jij huilt nog steeds
en ik zing
maar beide loepzuiver